ECLI:NL:HR:2020:1497

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
23 september 2020
Zaaknummer
19/02801
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 227b Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep niet-ontvankelijkheid bij vervolging uitkeringsfraude

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag inzake medeplegen van uitkeringsfraude. De verdachte stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het benadelingsbedrag in een administratieve procedure op nihil was vastgesteld, en daarmee de vervolging in strijd zou zijn met de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude.

De Hoge Raad verwijst naar een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2020:1496) waarin de gronden voor afwijzing van dit middel zijn uiteengezet en concludeert dat het middel niet tot cassatie leidt. Daarnaast beoordeelt de Hoge Raad andere klachten van de verdachte, maar acht motivering niet nodig omdat deze niet van belang zijn voor de rechtsontwikkeling.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en bevestigt dat het OM terecht is vervolgd ondanks het nihil benadelingsbedrag. Het beroep wordt verworpen, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/02801
Datum6 oktober 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 29 mei 2019, nummer 22-001538-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] in het jaar 1958,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.B. Spaargaren, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. Het voert daartoe aan dat het openbaar ministerie, gelet op het uiteindelijk in een administratieve procedure vastgestelde benadelingsbedrag, in strijd met de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude (hierna: Aanwijzing) heeft gehandeld door de verdachte te vervolgen.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak ECLI:NL:HR:2020:1496.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 oktober 2020.