ECLI:NL:HR:2020:1532
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2012 tot en met 2014, inclusief de daarbij behorende beschikkingen inzake belastingrente en boetebeschikkingen. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had deze aanslagen en boetes bevestigd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de middelen niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven. Een door belanghebbende ingediend verweerschrift in incidenteel cassatieberoep kon niet worden betrokken, omdat de Staatssecretaris geen incidenteel cassatieberoep had ingesteld.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het oordeel van het hof over de navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.