ECLI:NL:HR:2020:156
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslag 2013
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 7 februari 2019, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2013 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. Deze klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 31 januari 2020 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.