ECLI:NL:GHAMS:2019:300
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond: geen persoonsgebonden aftrek voor uitgaven 2013
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2013, waarin zij persoonsgebonden aftrek voor uitgaven aan haar kinderen en giften claimde. De inspecteur handhaafde de aanslag, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.
Tijdens het hoger beroep verscheen belanghebbende niet op de zitting, ondanks een verzoek tot uitstel wegens omstandigheden rondom haar administratie. Het hof wees het verzoek af en baseerde zich op de ingediende stukken. De rechtbank had reeds vastgesteld dat belanghebbende geen aannemelijk bewijs had geleverd voor aftrekbare uitgaven, mede omdat haar kinderen niet aan de leeftijdscriteria voldeden en giften niet aantoonbaar waren.
Het hof sloot zich aan bij de eerdere oordelen en oordeelde dat belanghebbende geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.