ECLI:NL:HR:2020:1564

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
5 oktober 2020
Zaaknummer
19/00658
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312.1 SrArt. 6 EVRMArt. 6:4:20 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering straf en toepassing gijzeling bij diefstal met geweld wegens overschrijding redelijke termijn

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake diefstal met geweld. De verdachte was veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar, een taakstraf van tachtig uur en subsidiair veertig dagen hechtenis.

Het cassatieberoep richtte zich primair tegen de toepassing van vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. De Hoge Raad oordeelt dat deze toepassing onjuist was en vernietigt het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast. In plaats daarvan kan gijzeling van gelijke duur worden toegepast, conform eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2020:914).

Daarnaast is geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden vanwege te late aanlevering van stukken door het hof. Gezien de lichte strafoplegging is er geen aanleiding tot een ander rechtsgevolg dan vermindering van de straf. Het beroep wordt verder verworpen.

De Hoge Raad bepaalt aldus dat de straf wordt verminderd wegens termijnoverschrijding en wijst op de mogelijkheid van gijzeling in plaats van vervangende hechtenis bij schadevergoeding.

Uitkomst: Vervangende hechtenis bij schadevergoeding vernietigd, gijzeling mogelijk, en straf verminderd wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/00658
Datum6 oktober 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 februari 2019, nummer 21-006717-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F.P. Slewe, advocaat te Schiphol, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast, waarbij de Hoge Raad kan bepalen dat gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
2.2
Het hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer het in het arrest vermelde bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest genoemde aantal dagen hechtenis.
2.3
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof vernietigen voor zover daarbij vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. In het licht van de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaren en de opgelegde taakstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig ander rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 oktober 2020.