ECLI:NL:HR:2020:1566

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
5 oktober 2020
Zaaknummer
19/00879
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 lid 2 SrArt. 6:4:20 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel en toepassing gijzeling

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag waarin een schadevergoedingsmaatregel was opgelegd met vervangende hechtenis bij niet-betaling.

Het cassatiemiddel richtte zich tegen de toepassing van vervangende hechtenis als sanctie bij de schadevergoedingsmaatregel. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van dat deel van het arrest.

De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor zover de vervangende hechtenis werd toegepast en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Deze uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2020:914) en verduidelijkt de sanctiemogelijkheden bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen in strafzaken.

Uitkomst: Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel vernietigd; gijzeling van gelijke duur toegestaan.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/00879
Datum6 oktober 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2019, nummer 22-005213-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben C.M.H. van Vliet en N.B. Genemans, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast en dat de Hoge Raad bepaalt dat gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
2.2
Het hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer het in het arrest vermelde bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest genoemde aantal dagen hechtenis.
2.3
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof vernietigen voor zover daarbij vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 oktober 2020.