ECLI:NL:HR:2020:1581
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2010-2013
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat het hoger beroep tegen de belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2010 tot en met 2013 verwierp. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer en belanghebbende diende een conclusie van repliek in.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Gezien het ontbreken van vragen die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 9 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.