ECLI:NL:HR:2020:1587

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2020
Publicatiedatum
7 oktober 2020
Zaaknummer
19/00627
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 108 lid 3 VWEUArt. 3:41 BW
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over aankoop bedrijfsterrein en staatssteun

De gemeente Harlingen heeft cassatieberoep ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die betrekking hebben op de aankoop van bedrijfsterrein door de gemeente en de vraag of deze aankoop staatssteun inhoudt. [Verweerster] Holding B.V. heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld tegen dezelfde arresten.

De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van de arresten, zodat de Hoge Raad het cassatieberoep en het incidentele beroep verwerpt.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet inhoudelijk, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De gemeente en [verweerster] worden elk veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, met een specificatie van verschotten en salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig betaald.

De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof en sluit het geschil over de staatssteun en de gevolgen van niet-aanmelding af.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidentele beroep en bevestigt het oordeel van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/00627
Datum9 oktober 2020
ARREST
In de zaak van
GEMEENTE HARLINGEN,
zetelende te Harlingen,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,
hierna: de gemeente,
advocaten: P.A. Fruytier en J.F. de Groot,
tegen
[verweerster] HOLDING B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidenteel cassatieberoep,
hierna: [verweerster],
advocaten: M.W. Scheltema en G.C. Nieuwland.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/17/125121 HA ZA 13-48 van de rechtbank Noord-Nederland van 1 juli 2015 en 16 december 2015;
de arresten in de zaak 200.188.628/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 september 2017 en 6 november 2018 aangevuld bij arrest van 20 november 2018.
De gemeente heeft tegen de arresten van het hof van 6 november 2018 en 20 november 2018 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de gemeente mede door M.C. van Heezik.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben ieder schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;

in het incidentele beroep:

  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [verweerster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gemeente begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerster] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.H. Sieburgh op
9 oktober 2020.