ECLI:NL:HR:2020:159

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 januari 2020
Publicatiedatum
30 januari 2020
Zaaknummer
19/04947
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in AOW-zaak tegen Sociale Verzekeringsbank

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en de klachten van belanghebbende tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep onderzocht. Na advies van de procureur-generaal is geoordeeld dat het cassatieberoep geen kans van slagen heeft.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en uitgesproken op 31 januari 2020.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/04947
Datum31 januari 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de SOCIALE VERZEKERINGSBANK
op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 september 2019, nr. 17/5148 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 17/1491) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur‑generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2020.