ECLI:NL:CRVB:2019:3022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens duurzaam gescheiden leven
Appellant ontving een AOW-pensioen voor een ongehuwde en trouwde op 3 mei 2016 met een echtgenote die in Duitsland woont. De Sociale Verzekeringsbank herzag het pensioen per 1 juni 2016 naar het gehuwdenbedrag en vorderde een te veel betaald bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat appellant en zijn echtgenote ondanks gescheiden wonen een gezamenlijke huishouding voeren en zich naar buiten presenteren als echtpaar. Zij onderhouden regelmatig contact, ontmoeten elkaar, delen een gezamenlijke bankrekening en appellant draagt bij in de kosten van levensonderhoud.
Appellant stelde in hoger beroep dat duurzaam gescheiden leven gelijkgesteld moet worden aan duurzaam gescheiden wonen, gezien maatschappelijke ontwikkelingen. De Raad onderschrijft echter de vaste rechtspraak dat duurzaam gescheiden leven meer inhoudt dan alleen gescheiden wonen. Het herzieningsbesluit en de terugvordering blijven daarom in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leven en het AOW-pensioen terecht is herzien naar gehuwdennorm.