Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
13 oktober 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake medeplegen van poging zware mishandeling. De advocaat-generaal had vernietiging voorgesteld met betrekking tot de strafhoogte en de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de strafoplegging niet tot vernietiging leidden, behalve dat de redelijke termijn was overschreden, hetgeen een strafvermindering tot negentien maanden rechtvaardigde. Tevens vernietigde de Hoge Raad ambtshalve het deel van het hofarrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, verwijzend naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914).
De Hoge Raad bepaalde dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast bij niet-nakoming van de betalingsverplichtingen ten behoeve van de slachtoffers. Voor het overige werd het beroep verworpen. Hiermee werd de straf en de wijze van tenuitvoerlegging van de schadevergoedingsmaatregel aangepast.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot negentien maanden en vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel omgezet in gijzeling van gelijke duur.