Conclusie
1.Inleiding
2.De bewezenverklaring, relevante bewijsmiddelen en -overwegingen
- bij die [aangever 1] schade aan de prostaat en een steekwond (links) naast de anus en
heeft toegebracht, door opzettelijk:
- slaan met een stoelpoot in het gezicht van die [aangever 3] en
- prikken van een stok naast de anus van die [aangever 1] en schoppen en slaan met een stok tegen het lichaam van die [aangever 1]
en
hij in de periode van 10 december 2010 omstreeks 22.30 uur tot en met 11 december 2010 omstreeks 00.30 uur in De Kwakel, gemeente Uithoorn, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tegen het lichaam van die [aangever 2] heeft geslagen met een stoelpoot en tegen het lichaam heeft geschopt.”
Is er vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel? Ja
Is er vermoeden van inwendig bloedverlies? Ja
Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 11-12-2010
Overige van belang zijn informatie (operaties, blijvend letsel ed): Letsel aan urethra, verder onderzoek en evt. behandeling volgt.
3.Het eerste middel
De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De advocaat-generaal heeft bij haar vordering rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich tezamen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan de zware mishandeling van twee mannen en de poging daartoe van een andere man. Daartoe zijn zij in de nachtelijke uren de woning van de slachtoffers binnen gegaan, die op dat moment lagen te slapen of aanstonds van plan waren om te gaan slapen. Naast de slachtoffers waren er verschillende andere personen in de woning aanwezig. Eenmaal binnen hebben de verdachte en zijn medeverdachten de slachtoffers op vreselijke wijze toegetakeld, onder meer door samen op hen in te schoppen en hen met afgebroken stoelpoten te slaan. Bovendien hebben zij geprobeerd een bezemsteel in de anus van een van de slachtoffers te duwen. De slachtoffers hebben hier (zeer fors en pijnlijk) letsel aan overgehouden. Dat de slachtoffers er niet nog erger aan toe zijn en het voorval hebben kunnen navertellen is geenszins aan het handelen van de verdachte noch dat van zijn medeverdachten toe te schrijven.
Het hof heeft gelet op de straffen die door rechters in soortgelijke gevallen voor zware mishandeling plegen te worden opgelegd, welke hun weerslag hebben gevonden in de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Voor het opzettelijk toebrengen van zeer zwaar lichamelijk letsel met behulp van een wapen (niet zijnde een vuurwapen) wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden als passend geacht. Die straf neemt het hof als uitgangspunt; een andere strafmodaliteit dan onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is voor dergelijk geweld niet aan de orde. In dit geval hebben de verdachte en zijn medeverdachten zich schuldig gemaakt aan de zware mishandeling van twee slachtoffers en de poging daartoe van een derde slachtoffer. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, zoals door de advocaat-generaal is geëist.
(…)
(…)
Begripsomschrijvingen
(…)
4.Het tweede middel
5.Ambtshalve opmerkingen
Stb. 2017/82) heeft onder meer tot gevolg dat met ingang van die datum de rechter niet langer de mogelijkheid heeft om vervangende hechtenis te verbinden aan de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel, voor het geval geen volledige betaling of volledig verhaal volgt. In plaats daarvan kan de rechter het dwangmiddel van de gijzeling opleggen, die net als de vervangende hechtenis ten hoogste één jaar kan duren.