ECLI:NL:HR:2020:1614
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen kansspelbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in hoger beroep gegaan tegen naheffingsaanslagen kansspelbelasting en boetebeschikkingen opgelegd door de Inspecteur over de periode van 1 januari 2011 tot en met 30 april 2017. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze aanslagen en boetes bevestigd in haar uitspraak van 8 oktober 2019.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde diverse klachten aan tegen het oordeel van het hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen betroffen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het oordeel van het hof ongewijzigd en zijn de naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen definitief.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.