Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend
Hoge Raad
Belanghebbende, een B.V., was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode van 1 januari tot en met 31 december 2008, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.
Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd in hoger beroep het geschil voortgezet bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 18 juni 2019 uitspraak deed. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit niet inhoudelijk, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 16 oktober 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.