Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
27 oktober 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De zaak betreft onder meer belaging, vernieling en smaadschrift gericht tegen overburen. De verdachte werd door het hof veroordeeld en onder meer schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, waarbij vervangende hechtenis werd toegepast bij niet-betaling.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het smaadschrift niet tot vernietiging leiden. Wel werd geoordeeld dat het hof ten onrechte vervangende hechtenis toepaste in plaats van gijzeling bij de schadevergoedingsmaatregelen. De Hoge Raad vernietigt dit deel van het arrest en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is bepaald dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro.
Het beroep wordt voor het overige verworpen. Hiermee wordt verduidelijkt dat bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen gijzeling passend is en niet vervangende hechtenis. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 27 oktober 2020 uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.