Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerstemiddel klaagt dat ’s hofs oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan smaadschrift niet zonder meer begrijpelijk is. Aan de hand van de bewijsmiddelen zou slechts kunnen worden vastgesteld dat de verdachte van alle in de bewezenverklaring genoemde pamfletten alleen het pamflet heeft opgehangen waarin getuigen worden opgeroepen om zich te melden in verband met de vernieling van een autoruit en waarin wordt vermeld dat de buren wederom van niets weten (opgenomen achter het derde gedachtestreepje in de bewezenverklaring). Mede in aanmerking genomen dat het hof in zijn bewijsoverweging in het midden zou hebben gelaten welke van de tenlastegelegde pamfletten door de verdachte zijn opgehangen, zou niet begrijpelijk zijn dat bewezen is verklaard dat de verdachte alle in de bewezenverklaring genoemde pamfletten heeft opgehangen of opgeplakt. Daarbij zou het enige door de verdachte opgehangen pamflet niet de tenlastelegging van (één of meer, zo begrijp ik) ‘bepaalde feiten’, zoals bewezenverklaard, inhouden.
tweedemiddel signaleert dat bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is bepaald en verzoekt Uw Raad deze te vervangen door gijzeling.