Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amsterdam,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
4.Beoordeling van het middel in het principale beroep
5.Beslissing
16 oktober 2020.
Hoge Raad
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van een hoger beroep centraal, waarbij het beroepschrift per fax werd ingediend maar slechts gedeeltelijk werd afgedrukt, met zeventien blanco pagina's. De werknemer was in hoger beroep gekomen tegen de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. Het hof oordeelde dat de werknemer ontvankelijk was, omdat het ontbreken van pagina's waarschijnlijk te wijten was aan een technische storing bij de griffie en niet aan de werknemer zelf.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar artikel 33 lid 3 Rv Pro, dat bepaalt dat ontvangst van een fax op het griffieapparaat voldoende is, ook als door een storing niet alle pagina's worden uitgeprint. De Hoge Raad stelt dat het hof terecht aannam dat het beroepschrift per fax volledig was verzonden en dat het ontbreken van pagina's niet voor rekening van de werknemer komt.
Het incidentele cassatieberoep van GVB, dat zich richtte tegen de ontvankelijkheid van het hoger beroep, wordt verworpen. De Hoge Raad wijst tevens op het feit dat de overige klachten van het cassatieberoep niet tot cassatie kunnen leiden omdat ze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor een nadere conclusie van de Advocaat-Generaal. De Hoge Raad veroordeelt GVB in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontvankelijkheid van het hoger beroep ondanks blanco pagina's in de fax en wijst het incidentele cassatieberoep af.