Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
27 oktober 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft de vraag of het aanbieden van taxidiensten door een taxironselaar in een door de burgemeester aangewezen verbodsgebied op Schiphol strafbaar is. Het hof Amsterdam had geoordeeld dat de verdachte op 7 juli 2016 in strijd met de APV Haarlemmermeer 2016 taxidiensten had aangeboden in een dergelijk gebied en verklaarde hem daarvoor schuldig.
De Hoge Raad heeft echter overwogen dat artikel 5:14E lid 1 APV Haarlemmermeer 2016 de burgemeester weliswaar bevoegdheid geeft om gebieden aan te wijzen waar het verboden is om taxidiensten met vergunning aan te bieden, maar dat deze bepaling zelf geen strafbepaling bevat. De strafbepaling van artikel 6:1 APV Pro is niet van toepassing op het aanbieden van taxidiensten in het aangewezen gebied, zodat het bewezenverklaarde niet strafbaar is.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Amsterdam voor zover het de strafbaarverklaring betreft en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging. De overige cassatiemiddelen worden niet behandeld vanwege deze beslissing.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van de APV-bepalingen omtrent taxidiensten en bevestigt dat het aanwijzingsbesluit van de burgemeester geen zelfstandige strafbepaling inhoudt.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontbreken strafbaarheid van het bewezenverklaarde.