ECLI:NL:HR:2020:1683

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 oktober 2020
Publicatiedatum
26 oktober 2020
Zaaknummer
19/00985
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:14E APV Haarlemmermeer 2016Art. 6:1 APV Haarlemmermeer 2016Wet personenvervoer 2000
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt strafbaarverklaring taxidienstaanbod in verbodsgebied Schiphol

De zaak betreft de vraag of het aanbieden van taxidiensten door een taxironselaar in een door de burgemeester aangewezen verbodsgebied op Schiphol strafbaar is. Het hof Amsterdam had geoordeeld dat de verdachte op 7 juli 2016 in strijd met de APV Haarlemmermeer 2016 taxidiensten had aangeboden in een dergelijk gebied en verklaarde hem daarvoor schuldig.

De Hoge Raad heeft echter overwogen dat artikel 5:14E lid 1 APV Haarlemmermeer 2016 de burgemeester weliswaar bevoegdheid geeft om gebieden aan te wijzen waar het verboden is om taxidiensten met vergunning aan te bieden, maar dat deze bepaling zelf geen strafbepaling bevat. De strafbepaling van artikel 6:1 APV Pro is niet van toepassing op het aanbieden van taxidiensten in het aangewezen gebied, zodat het bewezenverklaarde niet strafbaar is.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Amsterdam voor zover het de strafbaarverklaring betreft en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging. De overige cassatiemiddelen worden niet behandeld vanwege deze beslissing.

Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van de APV-bepalingen omtrent taxidiensten en bevestigt dat het aanwijzingsbesluit van de burgemeester geen zelfstandige strafbepaling inhoudt.

Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontbreken strafbaarheid van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/00985
Datum27 oktober 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 18 februari 2019, nummer 23-000700-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de strafbaarheid van het bewezenverklaarde.
2.2.1
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op 7 juli 2016 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, op de luchthaven Schiphol, taxidiensten heeft aangeboden in een gebied, te weten een openbaar toegankelijk gebouw (de Terminal), waar het verboden is om taxidiensten met een vergunning zoals bedoeld in de Wet personenvervoer 2000 aan te bieden.”
2.2.2
Het hof heeft onder meer het volgende overwogen:
“Bewijsoverweging
Ter terechtzitting van 4 februari 2019 heeft de verdediging vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Het hof overweegt als volgt.
In het proces-verbaal van staandehouding d.d. 7 juli 2016 wordt gerelateerd als waarneming van de [verbalisant] dat de verdachte op Schiphol bij de Mexx bij de opgang van P1 stond, naar een groepje jongens toeliep en hen vervolgens aansprak met de woorden: “Taxi guys?”. Op basis van voornoemd proces-verbaal en de bijlage met het kaartje waarop is aangegeven waar de constatering is gedaan, is het hof van oordeel dat de verdachte in strijd met de regelgeving een taxidienst heeft aangeboden in het gebied waarin – blijkens het Aanwijzingsbesluit – daarop een verbod geldt.
(...)
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van het bij artikel 5:14E lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Haarlemmermeer 2016 bepaalde.”
2.3.1
De relevante bepalingen uit de – ten tijde van het bewezenverklaarde geldende – Algemene Plaatselijke Verordening Haarlemmermeer 2016 (hierna: APV Haarlemmermeer 2016) luiden als volgt.
- Artikel 5:14E:
“1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, gebieden aanwijzen waar het verboden is om taxidiensten met een vergunning zoals bedoeld in de Wet personenvervoer 2000 aan te bieden op openbare, in de open lucht gelegen plaatsen en openbaar toegankelijke gebouwen.
2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het aanbieden op de weg van taxidiensten met een vergunning zoals bedoeld in de Wet personenvervoer 2000 door de bestuurder van het voertuig waarmee de beoogde taxidienst uitgevoerd zal worden.”
- Artikel 6:1 lid Pro 1:
“Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en van voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan de op grond van de verordening verleende vergunningen of ontheffingen, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of met een geldboete van de tweede categorie.”
2.3.2
Het door het hof genoemde Aanwijzingsbesluit ‘Aanwijzing verbodsgebied aanbieden taxidiensten Schiphol’ houdt in:
“OVERWEGENDE
- Dat in op openbare, in de open lucht gelegen plaatsen en in het gebouw van luchthaven Schiphol sinds enige tijd stelselmatig passagiers c.q. bezoekers op een ongewenste, intimiderende en/of agressieve wijze taxidiensten krijgen aangeboden;
- Dat bovengenoemde incidenten in veruit de meeste gevallen in verband gebracht konden worden met derden (ook wel "taxironselaars" genoemd) die ten behoeve van de taxichauffeurs op de luchthaven Schiphol taxidiensten aanboden;
- Dat eerdere maatregelen door de luchthaven Schiphol en de Koninklijke Marechaussee nieuwe incidenten niet hebben kunnen voorkomen;
- Dat de vrees voor een verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van ‘taxironselaars’ op basis van de eerdere incidenten reëel wordt geacht;
- Dat het voornemen om een gebied aan te wijzen is besproken in de lokale driehoek van 17 december 2015 met de Officier van Justitie van het parket Haarlem en de brigadecommandant beveiligen en bewaken van de Koninklijke Marechaussee te Schiphol.
BESLUIT
1. Het gebied, zoals aangeduid in de bijlage bij het besluit, aan te wijzen als gebied waar het verboden is om taxidiensten met een vergunning zoals bedoeld in de Wet personenvervoer 2000 aan te bieden op openbare, in de open lucht gelegen plaatsen en openbaar toegankelijke gebouwen, waarbij het verbod niet geldt voor het aanbieden op de weg van taxidiensten met een vergunning zoals bedoeld in de Wet personenvervoer 2000 door de bestuurder van het voertuig waarmee de beoogde taxidienst wordt uitgevoerd;
2. Dit besluit te laten gelden de dag na publicatie;
3. Dit besluit ter informatie te zenden aan de Raad, Officier van Justitie van het parket Haarlem en de brigadecommandant beveiligen en bewaken van de Koninklijke Marechaussee te Schiphol.”
2.4
Artikel 5:14E lid 1 APV Haarlemmermeer 2016 verleent de burgemeester in het belang van de openbare orde de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar het verboden is om taxidiensten met een vergunning aan te bieden. Deze bepaling houdt echter geen verbod in op het aanbieden van taxidiensten in een door de burgemeester aangewezen gebied, zodat hierop niet de strafbepaling van artikel 6:1 APV Pro Haarlemmermeer 2016 van toepassing is. Het bewezenverklaarde is ook niet op grond van een andere bepaling strafbaar.
2.5
Hieruit volgt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het bewezenverklaarde een strafbaar feit oplevert. Het cassatiemiddel klaagt daarover terecht. De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen en de verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging.

3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de overige cassatiemiddelen niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafbaarverklaring van het bewezenverklaarde, de strafbaarverklaring van de verdachte daarvoor en de strafoplegging;
- ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 oktober 2020.