ECLI:NL:HR:2020:1695
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in proceskostenzaak tegen Staatssecretaris van Financiën
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een verzoek om veroordeling in proceskosten behandelde.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de Staatssecretaris van Financiën te veroordelen in de proceskosten. Het beroep in cassatie is daarom ongegrond verklaard.
Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Fierstra (voorzitter), Wortel en Beukers-van Dooren op 30 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.