ECLI:NL:HR:2020:1755

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2020
Publicatiedatum
9 november 2020
Zaaknummer
19/02853
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420ter SrArt. 140 SrArt. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken cassatiemiddelen in zaak medeplegen witwassen en deelname criminele organisatie

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 juli 2018, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen via hawala-bankieren en deelname aan een criminele organisatie. De verdachte heeft het beroep in cassatie ingesteld, maar heeft geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijke termijn zoals voorgeschreven in artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het ontbreken van cassatiemiddelen. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor wordt het arrest van het gerechtshof Amsterdam in stand gelaten.

De uitspraak benadrukt het belang van het tijdig en correct indienen van cassatiemiddelen om ontvankelijkheid in cassatie te verkrijgen. De zaak sluit aan bij eerdere jurisprudentie over witwassen en criminele organisaties en betreft een vervolg op eerdere arresten, waaronder ECLI:NL:HR:2014:3046.

Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/02853
Datum10 november 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 juli 2018, nummer 23-004522-14, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 november 2020.