ECLI:NL:HR:2020:1767

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2020
Publicatiedatum
10 november 2020
Zaaknummer
20/00801
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen loonheffingen

Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in bezwaar gegaan tegen naheffingsaanslagen loonheffingen over de jaren 2009 en 2010. Na een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd het hoger beroep door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch behandeld. Belanghebbende stelde in cassatie meerdere klachten aan tegen het hofuitspraak, die de Hoge Raad heeft beoordeeld.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten geen vragen bevatten die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was een nadere motivering niet vereist. De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan belanghebbende toe te kennen.

Uiteindelijk verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond, waarmee de uitspraak van het hof stand bleef en de naheffingsaanslagen en heffingsrente definitief werden bevestigd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen loonheffingen blijven in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/00801
Datum13 november 2020
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 januari 2020, nrs. 19/00111 en 19/00112, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 17/7187 en BRE 17/7188) betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de loonheffingen over de tijdvakken 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 en 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2020.