Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
4 februari 2020.
Hoge Raad
In deze zaak heeft het Openbaar Ministerie beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin het beklag van de klaagster over de teruggave van vijf inbeslaggenomen gegevensdragers gegrond werd verklaard en teruggave werd gelast.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de rechtbank dat het belang van de klaagster bij teruggave zwaarder weegt dan het belang van de strafvordering, zonder nadere motivering, niet begrijpelijk is. Tevens merkt de Hoge Raad op dat de wet geen voorwaardelijke teruggave kent; de rechter moet het klaagschrift ongegrond verklaren als het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave, en anders teruggave gelasten.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van de beschikking dat betrekking heeft op de vijf gegevensdragers en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor herbehandeling. Het overige beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de beschikking over de teruggave van vijf gegevensdragers en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor herbehandeling.