Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
17 november 2020.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor belaging en mishandeling, waarbij het hof een schadevergoedingsmaatregel oplegde ten behoeve van de slachtoffers. Bij niet-betaling werd vervangende hechtenis opgelegd. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten over het bewijs en de procesgang, maar verwierp deze klachten zonder nadere motivering omdat ze niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling. Ambtshalve oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte vervangende hechtenis had toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest voor zover het vervangende hechtenis betrof en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Deze uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2020:914) en verduidelijkt de toepassing van sancties bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.