ECLI:NL:HR:2020:1799

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2020
Publicatiedatum
13 november 2020
Zaaknummer
19/03417
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b SrArt. 300 SrArt. 36f SrArt. 6:4:20 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
10 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging hofuitspraak inzake vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel

De verdachte werd door het hof veroordeeld voor belaging en mishandeling, waarbij het hof een schadevergoedingsmaatregel oplegde ten behoeve van de slachtoffers. Bij niet-betaling werd vervangende hechtenis opgelegd. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten over het bewijs en de procesgang, maar verwierp deze klachten zonder nadere motivering omdat ze niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling. Ambtshalve oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte vervangende hechtenis had toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel.

De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest voor zover het vervangende hechtenis betrof en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.

Deze uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2020:914) en verduidelijkt de toepassing van sancties bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03417
Datum17 november 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 8 juli 2019, nummer 20/000802-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van de slachtoffers vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

3.1
Het hof heeft de verdachte de verplichtingen opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers de in het arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest telkens genoemde aantal dagen hechtenis.
3.2
De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof ambtshalve vernietigen voor zover daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 november 2020.