ECLI:NL:HR:2020:1805

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2020
Publicatiedatum
15 november 2020
Zaaknummer
19/02111
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 SrArt. 36f SrArt. 6:4:20 SvArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel in zaak medeplegen poging tot diefstal met geweld

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van poging tot diefstal met geweld door braak in Hoofddorp. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ten behoeve van het slachtoffer. Bij gebreke van betaling van het bedrag werd vervangende hechtenis toegepast.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast, maar verwierp het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het medeplegen niet tot vernietiging leiden en hoefde dit niet nader te motiveren.

Ambtshalve vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, conform eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2020:914). Tevens bepaalde de Hoge Raad dat met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel wordt ambtshalve vernietigd; gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/02111
Datum17 november 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 april 2019, nummer 23-000891-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P.J. van Riel, advocaat te Ede (Gld), bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

3.1
Het hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer het in het arrest vermelde bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest genoemde aantal dagen hechtenis.
3.2
De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof ambtshalve vernietigen voor zover daarbij vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 november 2020.