Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
17 november 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van poging tot diefstal met geweld door braak in Hoofddorp. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ten behoeve van het slachtoffer. Bij gebreke van betaling van het bedrag werd vervangende hechtenis toegepast.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast, maar verwierp het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het medeplegen niet tot vernietiging leiden en hoefde dit niet nader te motiveren.
Ambtshalve vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, conform eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2020:914). Tevens bepaalde de Hoge Raad dat met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel wordt ambtshalve vernietigd; gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.