Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt dat het hof ten onrechte tot een bewezenverklaring van ‘medeplegen’ is gekomen nu onvoldoende gemotiveerd is waarom hiervan sprake zou zijn, en niet van medeplichtigheid.
aangever [slachtoffer]ten overstaan van de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] afgelegde verklaring:
het hoofd), sluik haar langs zijn oren, jonge-jongens baardje, spijkerbroek;
aangever [slachtoffer]ten overstaan van de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] afgelegde verklaring:
het hof begrijpt:) man 1 het beste gezien. Volgens mij had hij een blanke huidskleur. Hij was eerder blank dan bruin. Verder had hij donker haar en een ringbaardje. De tweede man droeg een capuchon met een vrij lichte bontkraag over zijn hoofd. Hij droeg een donkerkleurige jas. Ik heb met de stok op zijn achterhoofd geslagen. De derde droeg een jas tot net boven zijn knieën. Ik heb geen accent gehoord. Het klonk voor mij als goed Hollands.
relaas van bevindingenvan de bevoegde opsporingsambtenaren verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] dan wel één hunner:
het hof begrijpt: met de door aangever [slachtoffer] opgegeven signalement van een van de daders), hebben wij de man staande gehouden. Wij vroegen aan de man waar hij naar onderweg was. We hoorden de man zeggen: “wat?”. Hierop hebben wij de vraag herhaald. Wij hoorden de man zeggen: “Me vriendin woont hier en ik ben onderweg naar haar”. Wij vroegen hem vervolgens waar zijn vriendin woonde. Wij hoorden de man zeggen: “wat?”. Na de vraag herhaald te hebben gaf de man aan niet precies te weten waar zij woonde. Op alle vragen die wij vervolgens stelden hoorden wij de man constant antwoorden met ‘wat’. Wij hadden het vermoeden dat de man hiermee extra tijd wilde creëren om een antwoord te kunnen bedenken. De man gaf op te zijn:
relaas van bevindingenvan de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] :
relaas van bevindingenvan de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] :
relaas van bevindingenvan de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] :
verklaring van de getuige [betrokkene 1]:
relaas van bevindingenvan de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] :
verhoor van verdachte [verdachte]van 10 mei 2016 (…). Dit in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als de op 10 mei 2016 door deze verdachte ten overstaan van de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 8] afgelegde verklaring:
Bewijsoverweging en bespreking van een bewijsverweer
NJ2015/398 m.nt. Mevis. De verdachte was in die zaak veroordeeld wegens het medeplegen van vernieling van autobanden in Renesse. A-G Harteveld concludeerde tot cassatie: van een uitvoeringshandeling bleek niet, de verdachte had de medeverdachte niet aangemoedigd of aangespoord, en van een andere substantiële bijdrage bleek evenmin. Uw Raad liet de veroordeling in stand. ’s Hofs kennelijk oordeel dat de handelingen van de verdachte en de medeverdachte ten aanzien van de banden van de Toyota het karakter droegen van een gezamenlijke uitvoering was niet onbegrijpelijk, ‘nu het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte en diens medeverdachte gebukt tussen geparkeerd staande auto's bezig waren, de medeverdachte op dat moment stekende bewegingen heeft gemaakt waarop een gesis was te horen, beide verdachten vervolgens moesten lachen en samen hard zijn weggereden, waarna zij een half uur later op het vakantiepark aankwamen waar de verdachte vervolgens zelf andere autobanden heeft doorgestoken.’ Dat de verdachte niet lang voor of na het betreffende misdrijf één of meer gelijksoortige andere strafbare feiten heeft (mede)gepleegd, en daarbij een groter aandeel in de uitvoering had, kan – zo begrijp ik - mede rechtvaardigen dat zijn bijdrage als medeplegen wordt aangemerkt. Het hof stelt in de onderhavige zaak vast dat de verdachte de inbraak in [plaats ] heeft gepleegd; uit de track en trace-gegevens blijkt dat beide diefstallen tijdens één gezamenlijk ondernomen tocht zijn gepleegd (vgl. bewijsmiddel 8).