Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beoordeling van het middel
5.Beslissing
20 november 2020.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of direct na het verstrijken van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel een nieuwe crisismaatregel kan worden genomen en of het cassatieberoep tegen een crisismaatregel en een verzoek tot schadevergoeding ontvankelijk is.
De feiten betroffen een last tot inbewaringstelling op grond van de oude Wet Bopz, gevolgd door een machtiging tot voortzetting en vervolgens een crisismaatregel door de burgemeester. Betrokkene had expliciet geweigerd gehoord te worden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de crisismaatregel ongegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
De Hoge Raad bevestigde dat de burgemeester mag afgaan op de verklaring van een onafhankelijke psychiater dat betrokkene niet gehoord wilde worden, en dat een nieuwe crisismaatregel kan volgen op een eerdere, mits voldaan wordt aan de wettelijke criteria. Het beroep tegen de crisismaatregel is ontvankelijk, maar het cassatieberoep tegen de afwijzing van het schadevergoedingsverzoek niet. Betrokkene kan tegen de afwijzing van de schadevergoeding hoger beroep instellen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep voor zover het gericht was tegen de crisismaatregel en verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op de schadevergoeding. De uitspraak bevestigt de procedurele en materiële kaders rond crisismaatregelen onder de Wvggz.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de crisismaatregel wordt verworpen en betrokkene is niet-ontvankelijk in het cassatieberoep tegen de afwijzing van het schadevergoedingsverzoek.