Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
17 november 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een economische strafzaak betreffende het onthouden van noodzakelijke verzorging aan runderen. De kern van het geschil betreft de geldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep.
Het hof had bij verstek geoordeeld dat de verdachte rechtsgeldig was gedagvaard voor de terechtzitting in hoger beroep. Uit de stukken bleek echter dat de dagvaarding pas na het tijdstip van de terechtzitting via uitreiking aan de griffier was betekend, terwijl op dezelfde dag een afschrift naar het adres van de verdachte was verzonden. Dit betekent dat de dagvaarding niet tijdig is betekend.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe behandeling. De Hoge Raad volgt dit oordeel en verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig, waarmee het arrest van het hof wordt vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig en vernietigt het arrest van het hof.