ECLI:NL:HR:2020:1811
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelastingen en redelijke termijn
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 14 januari 2020, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam heeft behandeld. De zaak betreft de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing van de gemeente Amsterdam over het jaar 2016 betreffende een onroerende zaak.
Daarnaast vordert belanghebbende vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Minister van Justitie en Veiligheid heeft een verweerschrift ingediend. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest van het hof kunnen leiden.
De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.