ECLI:NL:HR:2020:1813
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2015
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 februari 2020, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant afwees. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2015 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de klacht van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze klacht niet kan leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de klacht nader te motiveren, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2020.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de uitspraak van het hof.