ECLI:NL:HR:2020:1846
Hoge Raad
- Cassatie
- M.E. van Hilten
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende heeft bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over een belastingaanslag op personenauto’s en motorrijwielen. Het Gerechtshof heeft het hoger beroep van belanghebbende afgewezen. Vervolgens heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het Gerechtshof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bepaald in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee komt een einde aan de procedure in deze belastingzaak.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.