Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.De procesgang bij de rechtbank
De klaagster heeft op 19 april 2018 een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv ingediend en daarbij de teruggave van de inbeslaggenomen goederen en vastgelegde gegevens verzocht.
De rechtbank heeft op 10 oktober 2018 - na een met toepassing van artikel 23 lid 6 Sv Pro met gesloten deuren en in afwezigheid van de klaagster gevoerde procedure - op grond van artikel 552p (oud) Sv verlof verleend de inbeslaggenomen goederen en vastgelegde gegevens te doen overdragen aan de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Staten, onder het gebruikelijke voorbehoud van artikel 552p lid 3 (oud) Sv.
De rechtbank heeft vervolgens het op grond van artikel 552a Sv ingediende klaagschrift op 26 november 2018 in het openbaar behandeld en het beklag bij beschikking van 17 december 2018 - onder verwijzing naar de beslissing die de rechtbank heeft genomen in de op grond van artikel 552p (oud) Sv gevoerde procedure - ongegrond verklaard.
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen
(i) de beslaglegging plaatsvond ter uitvoering van een verzoek tot rechtshulp van de Verenigde Staten, terwijl een “wettelijke of verdragsrechtelijke grondslag” voor dat verzoek ontbrak, nu de Verenigde Staten ter zake geen rechtsmacht hadden en geen sprake was van de verdragsrechtelijk vereiste dubbele strafbaarheid
en
(ii) het openbaar ministerie heeft geweigerd het rechtshulpverzoek en “andere documenten die ten grondslag liggen aan de zoeking en inbeslagneming” te verstrekken aan de klaagster, zodat niet kan worden getoetst of de doorzoeking en inbeslagneming in het licht van het rechtshulpverzoek en de toepasselijke verdragen rechtmatig waren.
Dat oordeel getuigt onder het destijds geldende recht niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
4.Beslissing
24 november 2020.