Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Utrecht,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
4.Beslissing
in het incidentele beroep:
27 november 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 27 november 2020 uitspraak gedaan over de toepassing van art. 26 lid 7 van Pro de oude Wet zorg en dwang (Wzd). Betrokkene verbleef in een accommodatie en het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een machtiging tot voortgezet verblijf, onderbouwd met een medische verklaring van een psychiater die verbonden was aan de zorgaanbieder van die accommodatie.
Betrokkene voerde aan dat deze medische verklaring niet voldeed aan de wettelijke eisen omdat deze door een verbonden arts was opgesteld, wat volgens art. 26 lid 7 Wzd Pro niet is toegestaan. De rechtbank had desalniettemin de machtiging verleend, stellende dat het verweer formeel was en niet inhoudelijk onderbouwd.
De Hoge Raad oordeelde dat het primaire verweer terecht was en dat de rechtbank ten onrechte de machtiging op basis van deze medische verklaring had verleend. De Hoge Raad vernietigde de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. De uitspraak benadrukt het grondrecht dat niemand zijn vrijheid mag worden ontnomen buiten de gevallen bij of krachtens de wet voorzien, en dat de medische verklaring onafhankelijk moet zijn.
De wet is inmiddels gewijzigd waardoor art. 26 lid 7 Wzd Pro is vervallen, maar deze wijziging heeft geen terugwerkende kracht. Daarom was het gebruik van een medische verklaring van een verbonden arts vóór de wetswijziging niet toegestaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug vanwege strijd met art. 26 lid 7 Wzd over medische verklaringen van verbonden artsen.