ECLI:NL:HR:2020:1911

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 december 2020
Publicatiedatum
30 november 2020
Zaaknummer
19/03716
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.B OpiumwetArt. 311 lid 1 onderdeel 5 SrArt. 359 lid 3 SvArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak opzettelijk telen hennep en diefstal elektriciteit

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 juli 2019. De verdachte werd verdacht van het opzettelijk telen en het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep, alsmede diefstal van elektriciteit door middel van verbreking.

De verdediging stelde onder meer dat het hof ten onrechte volstond met een opgave van de bewijsmiddelen in het arrest, zoals bedoeld in artikel 359 lid 3 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdediging beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep is derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03716
Datum8 december 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 juli 2019, nummer 21-002571-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben G.A. Jansen en Th.O.M. Dieben, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 december 2020.