Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 december 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 juli 2019. De verdachte werd verdacht van het opzettelijk telen en het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep, alsmede diefstal van elektriciteit door middel van verbreking.
De verdediging stelde onder meer dat het hof ten onrechte volstond met een opgave van de bewijsmiddelen in het arrest, zoals bedoeld in artikel 359 lid 3 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdediging beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het cassatieberoep is derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.