Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
8 december 2020.
Hoge Raad
De betrokkene werd geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit zijn betrokkenheid bij hennepteelt. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had in juli 2019 een uitspraak gedaan waarin het de omvang van het te ontnemen bedrag vaststelde en oordeelde dat geen huisvestingskosten in mindering konden worden gebracht.
Tegen dit arrest stelde de betrokkene cassatieberoep in bij de Hoge Raad, met klachten over de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel en het oordeel over de huisvestingskosten. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Gezien het ontbreken van vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was motivering niet vereist.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof bevestigd, waarmee het standpunt van het hof inzake de omvang van het voordeel en de afwijzing van de huisvestingskosten ongewijzigd blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof over ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.