ECLI:NL:HR:2020:1925
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen kansspelbelasting
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 juli 2019, waarin het hof het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake naheffingsaanslagen kansspelbelasting over de jaren 2010, 2013 en 2014 behandelde.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Gelet op artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet nodig om de gronden van het oordeel nader te motiveren, aangezien geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht aan de orde waren.
De Hoge Raad zag ook geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.