ECLI:NL:HR:2020:1926
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak hof inzake naheffingsaanslag kansspelbelasting
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag kansspelbelasting voor de periode van 1 april 2014 tot en met 31 augustus 2014. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 9 juli 2019 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand en is het geschil over de naheffingsaanslag definitief beslecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.