ECLI:NL:HR:2020:1936

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 december 2020
Publicatiedatum
2 december 2020
Zaaknummer
19/02748
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3B OpiumwetArt. 311 lid 1 sub 5 SrArt. 26 lid 1 WWMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen arrest wegens opzettelijk telen hennep, diefstal elektriciteit en vuurwapenbezit

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 mei 2019. De verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk telen van hennep op twee locaties (Wolvega en Hardegarijp), diefstal van elektriciteit door verbreking van de aansluiting, en vuurwapenbezit.

In cassatie werden meerdere klachten ingebracht: een bewijsklacht over het opzettelijk telen van hennep en de hoeveelheid elektriciteit die in Wolvega werd weggenomen, een motiveringsklacht over de betrouwbaarheid van een getuigenverklaring, en een bewijsklacht over de redengevendheid van bewijs met betrekking tot de hennepkwekerij en diefstal in Hardegarijp.

De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat motivering van dit oordeel niet nodig is omdat het niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Hierop werd het beroep verworpen. Het arrest werd gewezen door vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens op 8 december 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/02748
Datum8 december 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 mei 2019, nummer 21-003377-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 december 2020.