“
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde. Hiertoe heeft hij onder meer het volgende aangevoerd.
(…)
Zowel de loods in [plaats ] als het pand in [plaats ] stonden niet op naam van verdachte maar op naam van een huurder. (…) De betwiste handtekening van [betrokkene 5] is niet nader onderzocht. Verdachte had voornoemde locaties dan ook niet zelf in gebruik en er is niet gebleken dat hij ten tijde van de ten laste gelegde periode in het pand in [plaats ] is geweest. De geconstateerde omstandigheden, die wellicht vragen oproepen, kunnen echter geenszins leiden tot de vaststelling van het vereiste opzet. (…)
Indien wel bewezen kan worden dat verdachte in die periode in het pand in [plaats ] is geweest, kan nog niet bewezen worden wat hij hier deed.
Het ten laste gelegde medeplegen kan ten aanzien van de onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde feiten niet bewezen worden, nu - kort gezegd - onvoldoende is gebleken van enige rolverdeling, aldus de raadsman.
(…)
Het oordeel van de rechtbank
(…)
Ten aanzien van het onder 2. en 4. ten laste gelegde stelt de rechtbank op grond van de nader op te nemen bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, het volgende vast.
Op 22 januari 2015 werd in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats ] een hennepkwekerij met 800 hennepplanten aangetroffen. De elektriciteit werd buiten de meter om verkregen. In het pand hing een alarminstallatie met verschillende bewegingssensoren.
Door omwonenden ( [betrokkene 7] , [betrokkene 8] en [betrokkene 9] ) en jongeren [betrokkene 10] (hierna: [betrokkene 10] ) en diens vriend [betrokkene 11] (geen achternaam bekend) werd aangegeven dat zij meerder malen een grote, kale man het pand in zagen gaan. [betrokkene 7] gaf aan dat deze man de enige was die bij het pand kwam. [betrokkene 10] gaf aan dat deze man altijd in een VW Up bij het pand kwam, zo ook op 19 januari 2015 , en wel met een VW Up met kenteken [kenteken] . Voornoemde VW Up werd die dag bij [B] gehuurd door verdachte.
Er is een huurovereenkomst met betrekking tot het pand tussen [betrokkene 12] en [betrokkene 5] (hierna: [betrokkene 5] ) aangetroffen. [betrokkene 5] blijkt desgevraagd niets van deze overeenkomst af te weten.
De rechtbank overweegt met betrekking tot het hiervoor weergegeven standpunten van raadsman en hetgeen verdachte ter terechtzitting van 27 mei 2016 naar voren heeft gebracht als volgt.
(…)
Feit 2 en 4: De hennepkwekerij in [plaats ]
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij weliswaar meermalen bij het pand aan de [b-straat 1] in [plaats ] is geweest, maar dat dit enkel in opdracht van mede- eigenaar [betrokkene 12] was en dat dit was om houtrot te verwijderen en om tuinwerkzaamheden te verrichten.
De rechtbank overweegt als volgt. Er is inderdaad een factuur met betrekking tot het verwijderen van houtrot aangetroffen in de administratie van verdachte. Deze factuur stamt echter uit 2012. Uit de verklaringen van de reeds genoemde [betrokkene 7] (hierna: [betrokkene 7] ), [betrokkene 8] en [betrokkene 9] , [betrokkene 10] en diens vriend [betrokkene 11] , blijkt echter dat een man die aan het signalement van verdachte voldoet, recent en veelvuldig bij het pand kwam. Het door [betrokkene 10] genoteerde kenteken van de auto waarin de man reed (een VW Up) toen hij op 19 januari 2015 bij het pand kwam, leidde rechtstreeks naar verdachte, die de auto had gehuurd bij [B] .
Dat verdachte ter terechtzitting heeft ontkend de betreffende auto op deze dag te hebben gehuurd en dat zijn handtekening niet onder de in het dossier opgenomen huurcontract staat, doet hier niets aan af. Uit het dossier blijkt immers dat verdachte met grote regelmaat auto's huurde bij [B] .
[betrokkene 7] herkende een aan hem getoonde foto van verdachte als de door hem omschreven kale man die altijd in het pand kwam. [betrokkene 7] gaf daarbij aan dat verdachte de enige was die bij het pand kwam.
De rechtbank overweegt dat het feit dat de door sommige getuigen gegeven schatting van de leeftijd van de man of omschrijving van de auto waarin de man reed niet helemaal past bij verdachte en zijn auto, naar het oordeel van de rechtbank niets afdoet aan de betrouwbaarheid van de verklaringen. Het schatten van leeftijd en het goed omschrijven van een auto blijkt vaak lastig te zijn en de verklaringen van de getuigen bevatten voldoende betrouwbare elementen die de rechtbank bruikbaar acht voor het bewijs.
De rechtbank constateert voorts dat geen van de genoemde getuigen heeft verklaard dat de door hen omschreven man onderhouds- of tuinwerkzaamheden bij het pand verrichtte. Er wordt enkel verklaard over korte bezoekjes en er worden geen andere mensen bij het pand gezien. Daar komt bij dat in de Chrysler van verdachte, welke auto ook bij het pand is gezien, hennep gerelateerde goederen zijn aangetroffen.
De rechtbank acht de verklaring van verdachte derhalve ook als het gaat om zijn betrokkenheid bij het pand in [plaats ] onaannemelijk.
Met betrekking tot het verweer van de raadsman inhoudende dat het pand werd verhuurd aan [betrokkene 5] , overweegt de rechtbank als volgt.
Er is weliswaar een huurovereenkomst op naam van [betrokkene 5] aangetroffen, maar [betrokkene 5] heeft verklaard dat hij nooit een pand in [plaats ] heeft gehuurd en dat het niet zijn handtekening is die onder de huurovereenkomst staat. Niet gebleken is dat er door [betrokkene 5] ooit huurpenningen zijn voldaan.
Het feit dat op de huurovereenkomst als naam van de verhuurder niet de naam van verdachte, maar die van [betrokkene 12] is genoemd, verandert niets aan de afwezigheid van een link tussen het pand en [betrokkene 5] . Nu tevens is gebleken dat verdachte degene was die het pand feitelijk bezocht en niet is gebleken dat enige andere persoon dan verdachte betrokkenheid bij het pand in [plaats ] had, verwerpt de rechtbank dit verweer.
Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat ook indien bewezen kan worden dat verdachte degene is die veelvuldig bij het pand kwam, niet bewezen kan worden wat hij hier deed.
De rechtbank overweegt dat in het pand enkel een - onderhouden - hennepkwekerij is aangetroffen en dat er niemand anders bij het pand is gezien. Voorts heeft verdachte niet aangegeven wat hij dan wel ín het pand heeft gedaan. De rechtbank verwerpt dit verweer eveneens.
Tot slot merkt de rechtbank op dat het verweer van de raadsman met betrekking tot het (ontbreken van) bewijs van medeplegen met betrekking tot het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde slaagt, in die zin dat niet van betrokkenheid van anderen dan verdachte bij voornoemde feiten is gebleken. De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1., 2., 3., 4.,. ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.”