ECLI:NL:HR:2020:1940

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2020
Publicatiedatum
3 december 2020
Zaaknummer
19/03061
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt arrest hof over vaststellingsovereenkomst en verdeling nalatenschap

In deze zaak stond de geldigheid en uitleg van een vaststellingsovereenkomst over de verdeling van een nalatenschap centraal. Normanco c.s. stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin het hof het geschil had beslecht. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank Den Haag en het hof voor het gedingverloop en de feiten.

De Hoge Raad heeft de motiveringsklachten van Normanco c.s. beoordeeld maar oordeelt dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij is geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het cassatieberoep wordt verworpen en Normanco c.s. worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof Den Haag ongewijzigd van kracht en is de verdeling van de nalatenschap zoals vastgesteld in de vaststellingsovereenkomst definitief bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/03061
Datum4 december 2020
ARREST
In de zaak van
1. NORMANCO HOLDING B.V.,
gevestigd te Den Haag,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: Normanco c.s.,
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: J. van Duijvendijk-Brand.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/09/495320 / HA ZA 15-997 van de rechtbank Den Haag van 7 december 2016;
het arrest in de zaak 200.207.256 van het gerechtshof Den Haag van 26 maart 2019.
Normanco c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Normanco c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.091,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
4 december 2020.