Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beoordeling van het cassatiemiddel
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is het geval wanneer het inbeslaggenomen voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen − ook in een zaak betreffende een ander dan de klaagster − of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Ook verzet het door artikel 94 Sv Pro beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de later oordelende strafrechter de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b lid 1, onder 4º, van het Wetboek van Strafrecht in samenhang met artikel 552f Sv. (Vgl. HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823.)
Gelet op wat hiervoor onder 3.4 en 3.5 is vooropgesteld geeft dit oordeel – wat ook zij van het oordeel van de rechtbank dat het beslag op de sieraden en het geldbedrag voortduurt in haar eigen strafzaak – niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is het toereikend gemotiveerd en kan het de ongegrondverklaring van het klaagschrift zelfstandig dragen.
4.Beslissing
8 december 2020.