ECLI:NL:HR:2020:200
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2012
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2019, waarin het hof het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en de daarbij behorende belastingrente over het jaar 2012 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Gelet op artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is de Hoge Raad niet verplicht geweest om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.