ECLI:NL:HR:2020:201
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2019, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2013 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 7 februari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.