In deze zaak stond de vraag centraal of verstek tegen verweerster kon worden verleend terwijl het exploot van betekening het woonadres van verweerster niet vermeldde vanwege een geheimhoudingsindicatie in de Basisregistratie Personen (BRP). De deurwaarder had het exploot betekend aan het in de BRP geregistreerde adres, maar vermeldde dit adres niet in het exploot zelf, behalve de gemeente.
De Hoge Raad heeft het wettelijk kader rondom betekening en nietigheid van exploten uitvoerig besproken, met name de artikelen 45, 47, 65, 66, 120 en 121 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Daarbij werd benadrukt dat nietigheid van een exploot slechts kan worden uitgesproken indien aannemelijk is dat de verweerder door het gebrek onredelijk is benadeeld, bijvoorbeeld doordat het exploot hem niet heeft bereikt.
De Hoge Raad overwoog dat het ontbreken van de woonplaatsvermelding in het exploot in beginsel geen nietigheid oplevert indien de identiteit van de verweerder niet in twijfel kan worden getrokken en het exploot aan het juiste adres is betekend. De deurwaarder geldt als overheidsorgaan en heeft toegang tot de BRP, waardoor betekening aan het geheime adres rechtsgeldig is. Gelet op deze omstandigheden werd verstek verleend en werd het exploot niet nietig verklaard.