ECLI:NL:HR:2020:236

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2020
Publicatiedatum
11 februari 2020
Zaaknummer
18/04441
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 45 SrArt. 47 SrArt. 41 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep medeplegen poging doodslag en noodweerexces

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag. De verdachte stelde in cassatie onder meer een beroep op noodweerexces aan de orde.

De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgde dit advies. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen. Daarbij verwees de Hoge Raad naar een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2020:235) en stelde dat nadere motivering niet nodig was.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president van Schendel en raadsheren van den Brink en van Strien. Het beroep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef en de veroordeling voor medeplegen poging doodslag definitief werd bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen poging doodslag blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/04441
Datum11 februari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 26 september 2018, nummer 21/004480-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. van Leusden, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie). Tegen de achtergrond van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak ECLI:NL:HR:2020:235 is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 februari 2020.