ECLI:NL:HR:2020:237

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2020
Publicatiedatum
11 februari 2020
Zaaknummer
19/01981
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 2:239.1.i SrCArt. 2:255 SrC
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen poging tot mensenhandel en bedreiging

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van poging tot mensenhandel door samen met zijn partner een vrouw in Venezuela te laten benaderen en naar Curaçao te laten komen om daar prostitutiewerkzaamheden te verrichten in hun bar/restaurant. Daarnaast werd hem bedreiging ten laste gelegd, waarbij hij telefonisch via ingesproken voice notes geld terug eiste en daarbij dreigende taal gebruikte, waaronder de uitdrukking "Of aan de dood".

De verdachte stelde cassatieberoepen in tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld, met name over de bewijsvoering omtrent mensenhandel en de vraag of de bedreiging zodanig was dat bij de aangeefster in redelijkheid vrees kon ontstaan voor haar leven.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofvonnis en dat het niet noodzakelijk was om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Buruma en Boerlage, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 11 februari 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofvonnis blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01981 A
Datum11 februari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 19 juli 2018, nummer H 159/2017, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 februari 2020.