Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt over de bewijsvoering van het onder 1 bewezenverklaarde feit en bevat drie deelklachten. De eerste houdt in dat geen enkel bewijsmiddel ondersteunt dat de verdachte “wist dat die [slachtoffer] geen werkvergunning op Curaçao had”. De tweede deelklacht heeft betrekking op een viertal gedragingen die niet uit de bewijsvoering volgen en/of onvoldoende gemotiveerd zijn. De derde deelklacht is gericht tegen het bewezenverklaarde medeplegen dat niet uit de bewijsvoering volgt en/of ongenoegzaam gemotiveerd is.
NAf200,- moest vragen en uitgelegd dat die
NAf200,- betaald diende te worden aan zijn mededader [medeverdachte] en
NAf1.250.-, in rekening gebracht voor (zgn) reiskosten van die [slachtoffer] zodat er een (begin)schuld ter hoogte van dat bedrag ontstond, en
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte (bijlage 1-1), d.d. 15 oktober 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een in de wetteüjke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] (bijlage 1-2], d.d. 23 oktober 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een in de wetteHjke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] (bijlage 1-7), d.d. 2 november 2016, voor zover inhoudende, zakeüjk weergegeven:
Een in de wetteüjke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] (bijlage 1-3), d.d. 26 oktober 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een in de wetteHjke vorm opgemaakt proces-verbaal van fotoconfrontatie (bijlage 1-4), d.d. 26 oktober 2016, met fotobijlage, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een in de wetteliike vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (bijlage 3-2), met bijlagen, d.d. 15 oktober 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (bijlage 3-11), met bijlagen d.d. 4 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een in de wetteliike vorm op gemaakt proces-verbaal van bevindingen (bijlage 3-13), met bijlagen d.d. 10 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (bijlage 3-14), met bijlagen d.d. 12 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (bijlage 3-15), met bijlagen d.d. 12 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] (bijlage V02-6), d.d. 4 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte (bijlage V01-5), d.d. 4 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een in de wetteliike vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte (bijlage V02-11), d.d. 10 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
‘Kijk kijk meisje. Stop met zoveel dingen praten. Goed? Ik ben eigenaar van [A] . Ja? Zodat je dat weet. Ik ben [verdachte] , de eigenaar van [A] . En mijn broer, de oudste van de droplul polities, dat hier zijn aangekomen. Ja? Die politie. Ik ga die politie aanmelden, zodat zij hun werk verlies. Zodat hij zijn werk verlies. Omdat dat is een respect verzuim. Een praat klootzak dingen van mijn lokaliteit. Dat er hier dood klapt, met tioee doden. Die dat. Geef mijn lokaliteit beruchte faam. Dat zal ik nooit accepteren. Begrijp je? Ik zal dat nooit accepteren. En nu, mijn broer is ook politie, baas van de droplullen dat jou zijn komen halen. En ze moeten nu voor je beantivoorden, met jouw tante. Kom, zodat jullie mij mijn ding betalen. Ik heb geen interesse in jou. Ja? Omdat jij mij mijn geld moet betalen. Goed? Of aan de dood.’En
‘Zie een. Hetzelfde. Ik ben nu te [A] . Dit is [verdachte] , eigenaar van de [A] . Ik wacht hier op jou. Ik ben net vanuit de politiewacht. (...) Je bent te kwadertrouw. (...) Als je dit wil regelen ben ik hier te [A] ja. En de politie wacht ook op jou.’en
‘Luister de schuld is 1.250,- JA? Ik wil dat zij mij 1.250,- betaald dat is 1 ja? En 2de als zij mij niet betaald dan moet de politie die haar had opgehaald mij terug betalen. Anders ga ik aangifte doen tegen de politie ja? Dat is hetgeen dat ik wil doen?’en
‘Waarom 1.250,- dollars/gulden, ivant er was een verhuur van dollars? R kwam een jongeman waarvan ik ook de reisticket had gekocht en al die schuld want jullie hadden mij benadeeld. Jullie moeten 1.250 uitbetalen, want vandaag ga ik niet slapen zonder dat dit is geregeld. Ik wacht totdat die politie op dienst is, zodat ik daar kan gaan. Want ik moet dit vandaag regelen.’
latenbenaderen om met het vliegtuig uit Venezuela naar Curaçao te
latenbrengen. Voor de tweede deelklacht betekent dit dat deze faalt voor zover deze betrekking heeft op de (1) het in Venezuela laten benaderen van [slachtoffer] met het verzoek of zij in Curaçao wilde gaan werken, (2) het uit Venezuela met een vliegtuig naar Curaçao laten brengen van [slachtoffer] .
tweede middelklaagt over de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde feit als bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De uitlating van de verdachte “Of aan de dood” zou onbegrijpelijk zijn zodat uit deze uitlating de bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht niet kan worden afgeleid, ook niet in de context waarin de uitlating is gedaan.
WA0099 (PV V01-11), ingesproken op de telefoon van [slachtoffer] ;
PV V01-11 verdachtmaking [verdachte] verhoor
inzake bedreiging - [verdachte] legt uit: geld terug voor ik dood ga- [verdachte] legt uit geen bedreiging naar [slachtoffer] maar sprak met [betrokkene 3]
met jouw tante. Kom, zodat jullie mij mijn ding betalen.
Ik heb geen interesse in jou.Ja ?
Omdat jij mij mijn geld moet betalen.Goed? Of aan de dood.’
(PV V01-11 verdachtmaking [verdachte] verhoor.” Maar met de bewoordingen waarin hij zich uitliet en de context waarin zijn boosheid was gericht op het slachtoffer, heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat bij het slachtoffer redelijkerwijs de vrees kon ontstaan dat zij het leven zou verliezen en niet de verdachte. In deze zin lees ik de overweging van het Hof dat de verdachte, “[g]elet op de inhoud van het bericht en de omstandigheden waaronder dit is geschied, […] bewust de aanmerkelijke kans [heeft] aanvaard dat de woorden ‘of aan de dood’ bij [slachtoffer] de redelijke vrees kon opwekken dat zij het leven zou verliezen als zij het geld niet aan de verdachte zou betalen.”