Uitspraak
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad inzake een aanslag inkomstenbelasting en belastingrente over het jaar 2015. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep.
Uit de procedure blijkt dat het beroepschrift in cassatie op 24 oktober 2019 is ontvangen, terwijl de wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift op 21 oktober 2019 was verstreken. Ook een verzoek om verlenging van de termijn werd niet gegrond bevonden.
De Hoge Raad heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld om redenen aan te voeren voor de overschrijding, maar deze waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 14 februari 2020 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.