Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 45.019
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een binnenlands belastingplichtige met een eenmanszaak, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2015 van € 27.495, waarbij zij stelde dat privé-opnamen van € 31.618 en niet-aftrekbare kosten van € 6.142 in mindering moesten worden gebracht op het belastbare inkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat deze bedragen als onttrekkingen werden beschouwd en niet ten laste van de winst konden worden gebracht. Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat deze uitgaven als private zelfbepaalde uitgaven het belastbaar inkomen alsnog zouden moeten reduceren, verwijzend naar Duitse belastingwetgeving.
Het Hof nam de overwegingen van de rechtbank over en oordeelde dat de Duitse wetgeving geen rol speelt bij de Nederlandse Wet IB 2001. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2015 bevestigd.