ECLI:NL:HR:2020:250
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingrechtelijke proceskostenzaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant inzake verzet tegen een eerdere uitspraak over een verzoek tot veroordeling in proceskosten. Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant heeft verweer gevoerd en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak. Omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was nadere motivering niet vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten zag de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen. Het beroep in cassatie is daarom ongegrond verklaard en het arrest is op 14 februari 2020 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af.