ECLI:NL:HR:2020:251

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2020
Publicatiedatum
12 februari 2020
Zaaknummer
19/04759
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in proceskostenverzoek

Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant inzake verzet tegen een uitspraak over een verzoek tot veroordeling in proceskosten. De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren omdat deze geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreffen, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens zag de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en het arrest in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2020. Hiermee blijft de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant in stand en wordt het verzoek tot proceskostenveroordeling afgewezen.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en belanghebbende wordt niet in de proceskosten veroordeeld.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/04759
Datum14 februari 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 3 oktober 2019, nr. SHE 17/3311 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 18 april 2019 betreffende een door belanghebbende gedaan verzoek om een veroordeling in de proceskosten.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2020.