ECLI:NL:HR:2020:251
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in proceskostenverzoek
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant inzake verzet tegen een uitspraak over een verzoek tot veroordeling in proceskosten. De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren omdat deze geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreffen, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens zag de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en het arrest in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2020. Hiermee blijft de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant in stand en wordt het verzoek tot proceskostenveroordeling afgewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en belanghebbende wordt niet in de proceskosten veroordeeld.